Pensioennieuws voor de OR: Algemeen Pensioenfonds, het APF

Sinds 1 januari 2016 is een Algemeen Pensioenfonds – een APF – een wettelijk toegestane uitvoerder van pensioenregelingen. Deze komt naast de reeds bestaande pensioenfondsen en de verzekeraars. Inmiddels hebben vrijwel alle verzekeraars een vergunningaanvraag bij DNB lopen om een APF te starten[1].

Effecten voor het pensioen bij overgang van verzekeraar naar APF

Verzekeraars en pensioenfondsen hebben met andere spelregels te maken. De verzekeraars moeten een garantie geven op de opgebouwde rechten. Dat recht kan ook een indexatie met een vast percentage zijn. Vanwege deze garantie is de premie hoog, zeker nu de rente zo laag staat.
Pensioenfondsen mogen geen garantie op de opgebouwde rechten geven. Zij moeten korten op de pensioenen[2] bij onderdekking en mogen pas indexatie toepassen bij een dekkingsgraad van meer dan 110%[3].  De premie zal bij een pensioenfonds daarom lager zijn dan bij een rechtstreeks verzekerde regeling.

Inkopen van zekerheid kost veel geld. Omgekeerd betekent het betalen van een lagere prijs, het inkopen van onzekerheid. De afweging is lastig en is complexe materie.

Zeggenschap is onzeker voor OR én bestuurder bij overgang van OPF of rechtstreeks verzekerde regeling.

Er is een lacune in de wetgeving ontstaan op het gebied van de zeggenschap: de pensioenwet is aangepast, maar artikel 27 van de WOR nog niet: in art 27.7 wordt het Algemeen pensioenfonds niet genoemd. Reparatiewetgeving is in de maak, maar tot die tijd is het een grijs gebied. Dit kan leiden tot een situatie, waar de OR buitenspel staat of op zijn minst discussie ontstaat (zie boven).

Door verplichte toepassing van artikel 35 van de PW (kortingsregel) , is overgang naar een APF per definitie een aanpassing van het pensioenreglement en is naar mijn smaak daarmee instemmingsplichtig, ondanks de lacune in de wetgeving. Door juridische scherpslijperij, zou daarover discussie kunnen ontstaan. In het geval dat de bestuurder zonder instemming een offerte bij een APF heeft getekend, kunt u zich het best beroepen op nietigheid. Houd de termijn van 1 maand in de gaten!

Het bestuursmodel van een APF kan een bedreiging vormen voor de zeggenschap over de inhoud van de pensioenregeling, voor zowel de OR áls de bestuurder! Het betreft de zeggenschap over de regeling ná de overgang naar het APF. Bij een Opf heeft de bestuurder zitting in het fondsbestuur, bij een APF is dat de vraag; de OR heeft te maken met een lacune in de wetgeving. Hier loopt uw belang parallel met dat van de bestuurder.

Zorg dat u inzage en instemming heeft met de statuten van het APF[4], de uitvoeringsovereenkomst en alle andere juridische stukken. Alleen daar wordt geregeld hoe het bestuur en de zeggenschap in het APF is geregeld!

Laat U voorlichten en bijstaan in de gesprekken met de bestuurder en het APF.

[1] Financieel dagblad, 4 januari 2016

[2] Pensioenwet, artikel 35, artikel 134

[3] Besluit Financieel toetsingskader, artikel 15

[4] Hierin wordt de bestuursstructuur en de zeggenschap geregeld